geschiedenis schoolhuys

De Gemeente School van J. van Lith uit 1863

 

Het Schoolhuys wordt te klein

Een laag pand met een klokkentorentje, rechts naast het huis van de bovenmeester op Kerklaan 12, diende eeuwenlang als Schoolhuys. Het was eigendom van de Hervormde Gemeente die het als schoolgebouw uitleende aan de gemeente. Leiderdorp kocht het pandje samen met het onderwijzershuis in 1831 voor 800 gulden. In 1862 en 1863 stond de school regelmatig op de agenda van de raadsvergaderingen. Er waren in mei 1862 meer dan tweehonderd schoolgaande kinderen, zodat ter ondersteuning van de hoofdonderwijzer twee hulp¬onderwijzers werden aangetrokken. Het Schoolhuys werd veel te klein. Toen er een huis, erf en schuur ter plekke van de huidige Gemeenteschool te koop werd aangeboden, kocht de gemeente dit voor fl. 1.880 om het Schoolhuys uit te breiden. Het pand werd gesloopt en de materialen verkocht. De Schoolopziener bezocht eind 1862 de gemeente en liet burgemeester Hubrecht weten aan welke eisen het Leiderdorpse schoollokaal qua ruimte en hoogte zou moeten voldoen. Hubrecht bracht de opmerkingen van de schoolopziener over aan de Leidse timmerman J. van Lith.

 

Aanloop tot een nieuw gebouw

Van Lith zou een schetstekening maken met opgave van kosten voor twee verschillende mogelijkheden: één plan om het oude Schoolhuis te verbouwen en een ander plan om op het aangekochte terrein een nieuw lokaal te bouwen. In februari 1863 kwam Van Lith met zijn bevindingen, maar de raad wilde eerst eens ter plekke kijken en dan pas beslissen. Een stemming twee vergaderingen later, bracht geen uitkomst: "Aan de orde wordt gesteld de verandering van de school volgens het plan door den timmerman J. van Lith ingeleverd. Na langdurige beraadslaging is eindelijk de vraag in stemming gebragt: zal er eene nieuw school gebouwd worden, waartoe door de leden Rijshouwer, Rijnsburger, Van Geer en Roest werd besloten, terwijl de leden Samsom en Bos zich daartegen verklaarden. Alsnu bepaald zijnde dat eene nieuwe school zal gebouwd worden werd door den voorzitter kenbaar gemaakt dat de leden zouden hebben te bepalen de plaats waar dezelve zou gebouwd worden, op het aangekochte terrein of op de plaats waar dezelve thans is gebouwd. In stemming gebracht stemden de leden Rijnsburger en Roest om die op het nieuwe terrein te bouwen en Rijshouwer, De Graaf en van Geer om die te stellen op de plaats van de tegenwoordige school, terwijl Bos en Samsom zich van de stemming onthielden."

 

Besluit een school te bouwen naar ontwerp van J. van Lith in 1863

Op deze manier werd vergadering na vergadering de beslissing uitgesteld. Pas in juni 1863 besloot het gemeentebestuur een geheel nieuwe school naar het ontwerp van J. van Lith te bouwen op het aangekochte terrein, de plek waar deze nu staat. Een maand later werden zes Leiderdorpse aannemers uitgenodigd voor een onderhandse aanbesteding: de timmermannen P. van der Wal, E. Groenendijk, P.K. den Boumeester timmerman, J. Meerburg en de metselaars M. Splinter en L. Verver. Bij de aanbesteding op 30 juli 1863 bleek Maarten Splinter de laagste inschrijver te zijn met een offerte van fl. 7.995. En op 31 augustus 1863 legde burgemeester Hubrecht de eerste steen. Het voormalig Schoolhuys werd een jaar later teruggekocht aan de kerkvoogden van de Dorpskerk voor 600 gulden.

 

Een gevel in historiserende stijl

De Openbare School ofwel Gemeenteschool, zoals bovenin de gevel is te lezen, werd door metselaar Maarten Splinter volgens het bestek van J. van Lith gebouwd. De maten in het bestek worden nog in ellen aangegeven en de namen van de gebruikte materialen klinken poëtisch. Zo werd de voorgevel opgemetseld uit 'appelbloesem rijnsteen' en de pilasters en bogen uit Vriesche klinkerplavei'. Timmerman-architect Van Lith ontwierp een school met een fraaie symmetrische voorgevel in historiserende stijl. Als Leids architect met interesse voor bouwkunst uit het verleden, kende Van Lith ongetwijfeld het Eva van Hoogeveenhofje dat in de 17de eeuw was gebouwd door Arent van 's Gravesande. Misschien heeft hij hier zijn idee opgedaan om de voorgevel van de Gemeenteschool in rode en gele baksteen op te metselen, en de pilasters te voorzien van een kapiteel met een vergelijkbare vorm als dat in het hofje.

 

Openbare school - Dorpshuis - Balletschool - Gemeentelijk monument

De school werd in 1864 opgeleverd. Vele decennia lang leerden de dorpskinderen hier onder streng toezicht van de bovenmeester, die naast de school op Kerklaan 12 woonde, hun eerste woordjes schrijven en haalden ze vast ook veel kattenkwaad uit. In een voorportaal met een ingang aan de Hoofdstraat konden de kinderen hun klompen kwijt. Er waren twee lokalen, gescheiden door een houten wand met ramen. Rondom de grote potkachels, die in het midden van elk lokaal stonden, hanteerden de leerlingen in de winter met stijve vingers van de kou hun griffel en lei. In het voorjaar en in de zomer waren veel kinderen afwezig om hun ouders op het land te helpen. Rond 1909 werd de school gemoderniseerd tot 'gangschool' met drie lokalen. Aan de zijde van de Kerklaan werd een uitbouw gebouwd voor een lange gang met voldoende kapstokken voor de jassen en petten van de leerlingen. De hoofdingang werd verplaatst naar de Kerklaan, waar tegenover de school tevens een schoolpleintje werd gerealiseerd. Rond het schoolpleintje kwam een ijzeren hek. En al snel stond de school bekend als de Hekschool.

 

In 1933 kwam aan de groei van het aantal leerlingen een einde toen aan de Kastanjelaan de Nederlands Hervormde school zijn deuren opende. De openbare Gemeente school raakte veel leerlingen kwijt. Na de bouw van de Koningin Julianaschool in 1946 als nieuwe openbare school werd het schoolgebouw gesloten.

 

Vanaf 1946 had het gebouw ruim 40 jaar de functie van Dorpshuis. Het was het centrum voor het Leiderdorpse verenigingsleven. Bijeenkomsten van politieke partijen, lezingen, toneeluitvoeringen, cabaretvoorstellingen, klaverjassen, schaken, gymnastiekuitvoeringen en vele andere activiteiten vonden er plaats. Het beheer was al die jaren in handen van de fam. Diseraad, beter bekend als Ab en Zus.

 

In 1987 werd de oude gemeenteschool bedreigd met sloop. Protesten van alerte buurtbewoners kon dit voorkomen. Door overname en restauratie door het Kreatief Danscentrum werd het gebouw gered. Met de verbouwing tot balletschool en woning kreeg het historische en beeldbepalende pand opnieuw een educatieve bestemming. Sindsdien zijn door de hoge ramen de pianoklanken te horen waarop de balletleerlingen hun passen en dansen oefenen.

 

Onlangs werd het voormalige schoolgebouw aangewezen als beschermd gemeentelijk monument.

 

 

Bronnen en afbeeldingen: Claudia Thunnissen, Regionaal Archief Leiden, Prentenboek van Leiderdorp, Margriet de Jong en Thom van Etten